Welkom

Dit is geen echte log. Op de archief-pagina's heb ik de verhalen die ik uit eerdere Afrika reizen mailde naar iedereen in mijn adresboek geknipt en geplakt. Deze pagina is van mijn reis juni / juli 2002.

Na 3 keer in West Afrika, en 2 keer in Marokko, te zijn geweest ging ik ditmaal naar Zuidelijk Afrika: Malawi en Zambia. In West Afrika zijn het vooral de mensen, de woestijn en de oude steden als Timboektoe en Djené, het prachtige landschap en de vrolijke lach die het een prettig reisgebied maken. Naar Centraal en Zuidelijk Afrika ga je voor het landschap en de dieren. Dat was ook mijn doel: ticking off the big five. Giraffe, Olifant, Neushoorn, Leeuw en Luipaard. Ik heb ze allemaal gezien en ook nog vele kudu's en puku's, een puff-adder en een zwarte mamba, nijlpaarden, hyena's, coyotes en noem maar op.

Maar ook in dit deel van Afrika zijn de mensen buitengewoon vriendelijk, hebben een goed gevoel voor humor en zijn de landschappen eindeloos, prachtig.

From: Jerry van Beers
Date: 25-06-02

Onderwerp: Simba en Chimpansees


Hallo allemaal,

Op pagina 161 van Mali Blues (een kado van Lieve Sofie, Renzo en Daan) had Renzo geschreven: "He Jer, wat ben je ver." Toen ik dat las was ik inderdaad ver. Ver van de bewoonde wereld zo'n 75 km, 12 km van de grens van DRC, Democratische Republiek Kongo Ik was in Chimfunshi, bij een Chimpanzee Orphanage. Daar worden Chimpansees van over de hele wereld opgevangen. In de chimpansee-opvang-wereld is dit een bekende plek, maar ik had er nog nooit van gehoord. Mensen die chimpansees vinden op markten, eentje hing met een vleeshaak in zijn mond te koop, of dierentuinen die gaan sluiten, of smokkelaars die $50.000 kunnen verdienen bij een of ander sheik. Alle chimps die niet in Chimfunshi geboren zijn hebben dergelijke verhalen. Zo is er bijvoorbeeld Milla, die 18 jaar in een bar gewerkt had en kon roken en drinken. Toen het beest afgeleverd werd had het een pakje sigaretten en een doosje lucifers bij zich. Zonder enig probleem kon ze zelf een cigaret aansteken.

Het landschap eromheen was adembenemend. Uitgestrekte wouden, waarin enclosures voor de chimps zijn, beschermd met schokdraad om ze binnen te houden, eindeloze grasvelden, met natuurlijk alles wat je niet tegen wilt komen in de Afrikaanse wildernis krokodillen, hippo's (nijlpaarden) en pythons. Ik verbleef in de caravan van mensen die de plek runnen en een huis hebben aan de oever van de Kafue rivier, een zijtak van de Zambezi, en de grens met Kongo in zicht.

Een keer in de 2 weken komt er een man uit de Kongo gefietst met 3 kratten Congolees bier, genaamd Simba, wat Leeuw betekent. Het zijn 73 cl flessen heerlijk pittig bier, en de goede man die ze komt brengen moet er zo'n 17 km voor afleggen. Maar hij wordt er rijkelijk voor betaald heb ik begrepen. En geloof me, na je 3e biertje hoef je niet meer.

Verder is Afrika hier in het zuiden niet zo heel veel anders dan ik gewend ben, hoewel wat rijker, en veel betere wegen. Maar de bussen die eroverheen rijden zijn oud en afgeladen. Als je de luxe coach mist dan heb je pech: met veel te veel mensen en spullen 10 tot 12 uur voor 500 km. Het stopt namelijk overal. Hoewel ik veel van dat soort verhalen kan vertellen is Afrika vooral gezellig, vriendelijke, gastvrije mensen, prachtige landschappen, heerlijk koud bier en vooral heel veel zon overdag. 's Nachts is het een heel ander verhaal: het is hier namelijk winter wat betekend dat het overdag zo'n 30 graden is, en na zonsondergang kan de temperatuur makkelijk dalen tot zo'n 10-12 graden.

Het is bijzonder aangenaam om hier rond te hangen, tussen de mensen, in de bossen, op de vlaktes en aan het Malawi meer. Vanuit het dorpje waar ik daar verbleef kon ik aan de overkant Mozambique en Tanzania zien liggen. Het strand was prachtig, met helder water om in te zwemmen ondanks de waarschuwingen van andere toeristen dat er een kwaal die bilharzia heet in opgelopen zou kunnen worden. Zelfs zonder snorkel kon ik nog vele vissen zien zwemmen in het water, zo'n 10 meter uit de kust.

Er wonen hier nog vrij veel blanken uit de tijd dat Zambia nog Noord Rhodesië heette (in 1964 werd het Zambia). Ze zijn behoorlijk racistisch blijven maar waarschuwen dat ik voorzichtig moet zijn, want diefstal zit die zwarten in de genen, evenals luiheid, domheid. Beleefd zeg ik dat ik voorzichtig zal zijn, maar trek mij er weinig van aan. Hoe racistisch ze ook zijn, ze kunnen wel een heerlijke braai (Zuid-Afrikaans voor barbeque) aanleggen, aan de rand van een prachtig stuk land (ze wisten hun huizen wel goed uit te zoeken), bij een altijd schitterende zonsondergang. De zwarten die voor ze werken slachten vee van de boerderij, maar worden verder ver van de braai gehouden, behalve als boy om bier te halen.

Wat verder ook weer hetzelfde is, en met name hier in Zambia, is het geld: het is oud, versleten, smerig en helemaal niets waard. Voor 1 US$ krijg ik 4500 Kwacha. Voornamelijk in 5000K biljetten dus jullie kunnen de enorme stapel voorstellen die 300 US$ opleverde. En allemaal smerig, en de een is daarbij ook moeilijk van de ander te onderscheiden. Het schoonste biljet dat ik heb komt uit de Shoprite supermarkt, een 20 K biljet. Niemand wil het hebben, het is namelijk niets waard. Theoretisch hebben ze hier ook munten, 1 Kwacha is 100 ngwee, maar niemand gebruikt ze nog.

Ik heb nu nog zo'n 3,5 weken, en ga heerlijk door met hier rond te hangen. Want dat is Afrika voornamelijk: rondhangen en genieten van wat er om je heen gebeurt. Naar markten bijvoorbeeld, die veeleer plaatsen zijn waar mensen bijeenkomen om sociaal te zijn. Zo zie je vrouwen met een handvol tomaten op de markt zitten, en ik kan me niet voorstellen dat ze dat doet om geld te verdienen (5 tomaten kosten 300 Kwacha), maar ze zit volop met de mensen om haar heen te kletsen.

Maar ik ga ook nog iets heel spannends doen: ik heb een vlucht geboekt naar Mfuwe International Airport. Mfuwe is een dorpje van 300 zielen, maar het is wel de laatste nederzetting voordat je het South Luangwa National Park bereikt. Dit park moet een van de beste van Afrika zijn, wat betreft het aantal wild en natuurlijke schoonheid, gelijk aan Ngorogoro of Serengeti in Tanzania, of de parken in Namibië of Botswana. Ik zou ook heel goed natuurlijk met de bus kunnen, maar inmiddels heb ik wel een beetje genoeg van al die halsbrekende toeren die je uit moet halen om echt ergens te komen. Je gaat via een stadje van waaruit een weg, of liever een pad gaat naar Mfuwe, waar alleen overladen busjes naartoe gaan en die er een onbeperkte hoeveelheid tijd over kunnen doen. Vliegen is maar 1,5 uur.

Ik groet jullie, en wens jullie ook allemaal een fijne vakantie toe vanuit Lusaka, Zambia.

Jerry



From: Jerry van Beers
Date: 06-07-02

Onderwerp: South Luangwa National Park


Hallo allemaal,

Om te beginnen wil ik verontschuldigen voor mijn slechte Nederlands. Wanneer ik teruglees in mijn dagboekje, dan krommen de tenen en stijgt het schaamrood mij naar de kaken van alle spelfouten, anakoloeten en andere onzin die ik het papier toe vertrouw. Ik spreek nu al ruim een maand alleen maar Engels, en dat gaat ten koste van het Nederlands. Er zijn hier wel veel Nederlanders op reis, maar ik vermijd ze zoveel mogelijk, en soms spreek je ze in combinatie met een niet-Nederlander en spreek je alsnog Engels. Ze zijn te jong, te arm en te luidruchtig. Ik trek hier op met natuurlijk de Zambianen, maar verder ook een Colombiaan, een Fin, een Luxemburgs meisje, veel Engelsen, Kiwi's en Aussie's. Ik zal een stukje uit mijn dagboekje aan jullie openbaren, en hier en daar de vreselijkste fouten eruit halen. Verder wil ik mij ook verontschuldigen voor sommige Engelse dierennamen, maar ik weet gewoon niet wat er van sommige het Nederlands voor is, of kan er niet op komen.

Nadat ik mijn ticket naar Mfuwe opgehaald had ging ik naar Munda Wanga, een Animal Orphanage 15 km ten zuiden van Lusaka. Je ziet er o.a. wild-dogs, tijgers, beren, maar ook een babyolifant. Naast deze dierentuin is er ook een prachtig aangelegde botanische tuin waar je in theorie heerlijk kan zitten dagdromen onder diverse exotische boomsoorten. Maar dit is Afrika, en rust is altijd ver weg: vandaag is het een public-holiday ter gelegenheid van de onafhankelijkheid. Er zijn letterlijk honderden schoolkinderen die mijn rust verstoren. Maar toch heb ik het prima naar mijn zin. De rondleiding door het park onder leiding van een van de oppassers was met 15 Zambiaanse meisje, verpleegsters in opleiding. Ik was de enige blanke. Toen ik een foto maakte van een van de beren die zich tot grote teleurstelling van de groep waarin ik mij bevond aanvankelijk verborgen hield, vroeg eerst een meisje of het een'snap and give' was (een polaroid). Even later werd ik aangesproken door Matti, een van de meisjes. Ze had zojuist een kamera gekocht, en wist nog niet hoe het werkte. Het was een goedkoop, plastic apparaat met 1 functie, nl. foto's nemen. Ik kon haar dus wel helpen. Ik legde haar uit hoe de film erin moest, op welk knopje ze moest drukken om de 'snap' te nemen, en hoe ze door moest spoelen. Ze straalde van geluk met haar nieuwe kamera, en klikte een eind weg. De rest van de ochtend zou ik met haar door de dierentuin lopen en een gemoedelijk gesprek voeren. Matti was ietwat verlegen en sprak zacht in een gebroken Engels. Ik vroeg haar waar ze woonde, helemaal aan de andere kant van de stad. Zij vroeg mij of ik getrouwd was: "I have a wive." Dat laat een beetje het midden tussen een vriendin hebben en getrouwd zijn. Als ik nee zou zeggen, zou ik vrij gauw een huwelijksaanzoek krijgen. Ja zeggen is liegen een daar hou ik niet van. Zo beantwoord ik ook alle vragen of ik naar de kerk ga positief, en zeg ik dat katholiek ben als ik er om gevraagd wordt. Ze vroeg mij naar mijn ouders, toen ik antwoordde dat mijn moeder overleden was keek ze niet vreemd op, maar zei toch: "I'm sorry." Ze vroeg of ik de 'firstborn' was. Op mijn antwoord dat ik de 'onlyborn' was zei ze weer "I'm sorry.". Na een korte stilte zei ze: "Your mother must be very unhappy." Zelf was ze de middelste van 8 nog levende broers en zusters, 3 hadden hun 5de jaar niet gehaald. Zo keuvelden we wat verder, ons ondertussen vergapend aan de enorme tijgerkop, bont gekleurde wilddogs en lachend om het babyolifantje.

Terug in de stad slingerde ik heen en weer tussen Chachacha-road en Freedom way, tussen de venters en stalletjes, met alle koopwaar die je maar voor kunt stellen, van Hugo Bos (geen spelfout) parfums, tot echte Versarce (ook geen spelfout) jassen, zonnebrillen, stropdassen, maatpakken, schoenen, sokken, plastic tasjes. Ik neem een chickwich in een take-away en loop verder naar de Town Market. Die zijn altijd leuk in Afrika, druk en rommelig. Ook hier weer van alles in de verkoop: cassettes video's, moeren en bouten, gereedschap, tweede hands kleding, versleten matrassen, fietswielen, pennen en potloden, losse cigaretten, en alles gelardeerd met luide Kongolese muziek en de geur van gefrituurde vis, kippenpootjes en cake. Even buiten het overdekte deel van de markt zitten vrouwen fruit en groente te verkopen, tomaten, bananen, citroenen, papaja's, uien, diverse kolen, noem maar op. Bij een vrouw koop ik een tros bananen, bij een ander 6 sinaasappelen, bij weer een derde 3 citroenen. Een jongen smeert mij een plastic tasje aan. Na onderhandelingen geef ik er 200 Kwacha voor: 1x100 K, en 5x20 K. Hij weigert de 20 K biljetten. Als ik hem ervan probeer te overtuigen dat het echt Zambiaans geld is lacht hij en zegt: "At shoprite!", de Zuid-Afrikaanse supermarktketen die je hier op de meest verrassende plaatsen aantreft. Ik ruil het om voor nog een biljet van 100 en slenter langzaam weer terug naar Chachacha Backpackers waar ik in een caravan verblijf en wacht tot mijn vlucht naar Mfuwe vertrekt.

Verder zijn er nog wat schrijvers actief op oude typemachines die brieven schrijven voor mensen die dat zelf niet kunnen. Zij schrijven wat hen gedicteerd wordt en vervolgens wordt de brief verzonden naar iemand ergens in het land. Wanneer die zelf ook niet kan lezen gaat hij naar zo'n schrijver om de brief voor te laten lezen, en eventueel op dezelfde manier een antwoord te geven. Analfabetisme is groot hier: zo'n 60 % in Malawi en zo'n 40 procent in Zambia, ondanks het in theorie gratis onderwijs aan kinderen tot 12 jaar.

Mfuwe is een International Airport, zo staat er trots op de gevel van het gebouw. International omdat er een keer per week een vlucht uit Lilongwe, Malawi aankomt. Ik kan een lift krijgen van mensen die werken in een van de Lodges die in het park liggen. Ik verblijf er vlak voor. Ik neem plaats bij Moondog Cafe. En dat is het hier: het vliegveld, met het vliegtuig waarin ik net ben aangekomen en dit cafe. Het is een verbazingwekkende plek, gezien de lokatie: Chipate is op 135km het dichstbijzijnste stadje, met een bank die geen geld heeft en een benzine station dat de benzine gerantsoeneerd heeft. De heerlijkste maaltijden zijn hier te bestellen, alle drankjes, cocktails, chips, sigaretten noem maar op. Ik beperk mij tot een Mosi, het Zambiaanse bier, en geniet van wat er om me heen gebeurt, of liever: niet gebeurt. Mensen zitten of lopen wat heen en weer, keuvelen wat. Een in gewichtig uitziend uniform geklede soldaat kletst nonchalant met zijn automatisch geweer spelen met wat vrouwen, maakt ze aan het lachen en loopt weer naar binnen. Behalve mijn vlucht is er vandaag ook niet zo heel veel te doen.

Mfuwe, een paar huizen langs de weg, met wat marktkraampjes en natuurlijk de onvermijdelijke, onvolprezen Coca Cola/Fanta, ligt aan de rand van South Luangwa National Park, een van de beste van Afrika, naar veler zeggen. Het is 9050 km2 groot, en samen met het belendende, grotere North Luangwa Ntl Park ongeveer even groot als Zwitserland volgens Jake, de eigenaar van Flatdogs. Flatdogs, zo noemen de mensen hier de in grote getale aanwezig zijnde krokodillen, is de Lodge waar ik verblijf. Zou ik een top 3 moeten maken van de beste plekken waar ik ooit ben geweest, dan zou deze er zeker bij zijn (de ander2 Mdme Lavache aan het strand van Senegal, en Lotus Guesthouse op Java, aan de rand van de Borobudur). Het ligt aan de oever van de nu laagstaande Luangwa rivier, een van de vele zijtakken van de Zambezi, en bestaat uit 4 grote chalets (elk met 2 kamers), een camping, restaurant, shop, Dog & Gat bar, en een zwembad. Het eten is goed en veel, de mensen erg aardig en behulpzaam, en mijn chalet is perfect. Het is ruim, 3 bedden, met gaas afgezette moors aandoende ramen elk met een rood-oranje rand en elke dag worden de lakens ververst. Het is een groot terrein, 200 meter voor de ingang van het park, maar de dieren aldaar erkennen uiteraard geen grenzen en lopen hier dan ook vrolijk te grazen, zoals olifanten en nijlpaarden, of zijn op zoek naar etensresten, zoals hyena's en bavianen.

Het park zelf bestaat uit verschillende vegetaties. Het is van oudsher de natuurlijke omgeving van de dieren die er leven, en toen het een National Park werd zijn de laatste bewoners eruit verwijderd. Van uitgestrekte grasvelden tot dicht begroeide bossen, met de rivier als oost- en zuidgrens, en de bossen als grens in het westen. In sommige stukken bos zijn de mopane-bomen kaalgevreten en stukgeslagen door de olifanten, op andere stukken zie je alleen de kaalgevreten kruinen, en weet je dat er giraffes geweest zijn. Door de dichte vegetatie zijn de dieren niet zo makkelijk te zien, maar dat is de charme van dit park: je weet nooit wat er om de volgende bocht te wachten staat. En als er dan iets is, is het enorm spektakel. Flatdogs, en alle ander lodges in en om het park, organiseren mornig-drives en evening drives. Er gaat een gids en een gewapende scout mee. 4 Uur lang wordt je door het park gereden. Terwijl het nog licht is kan je genieten van de prachtige bossen, grasvelden, lagoons met hippo's (nijlpaarden), baobabs, vogels, vlinders en natuurlijk de niet weinig spectaculaire zonsondergang. In het donker begint met de zoektocht naar de 'nocturnal animals', zoals leeuwen, luipaarden, hyeana's, stekelvarkens, etc. Over het terrein van Flatdogs loopt ook wat wild rond: in de buurt van het restaurant zie ik een hyena, bij mijn chalet, waar ik in het donker zo'n 300 meter naar toe moet lopen ontwaar ik 2 hippo's en een olifant.

Voor het begin van een all-day-drive (14 uur, inclusief ontbijt, lunch en drankjes) zei ik tegen Rivers, onze gids, dat ik nog geen giraffes had gezien. Hij beloofde me giraffes en ik kreeg ze ook. Vele heb ik er gezien, en van elk heb ik minstens 3 foto's. Ik zie de lachende gezichten al weer voor me van mijn vrienden als ze mijn foto's zien van al die dieren, dan van links, dan 3 stappen verder, en dan weer van rechts. Waarschijnlijk zullen er ook veel foto's tussen zitten met slechts een stipje in de verte waar ik dan opgewonden een hyena, luipaard, leeuwin met pups, Kingfisher Eagle, hornbille waar heb genomen.

De drives hebben de volgende zoogdieren opgeleverd: eekhoorns, stekelvarkens, honey-badger, jakhalzen, hyena's, luipaarden, hazen, leeuwen, servals, civets, genets, mongoose, olifanten, zebra's, giraffes, warthogs, nijlpaarden, impala's, kudu's, puku's, buffels, waterbuck, bavianen en vervet-monkeys. Er zijn meer dan 400 vogelsoorten waarvan ik als biologische onbenul alleen grofweg kan zeggen of het een adelaar, ooievaar of duif is. Maar ik ben in gezelschap van 2 vogelkenners, en die helpen mij een end op weg: guinneafowl, dikkop, quelea, ground-hornbill, red-nosed hornbill, lourie, goliath heron, sacred ibis, ooievaars, bulbul, coucal, hoopoe, kingfisher eagles, uilen (enorme 'giant eagle' uilen), adelaars, egyptische ganzen, drongo, en heel veel parkieten. Verder nog wat kruipend tuig zoals een puff-adder, zwarte mamba, groene mamba en heel erg veel gecko's. Natuurlijk zijn er ook weer de nodige insecten: krekels, sprinkanen, torren, libellen, reuze mieren,vliegende mieren, muggen en de vermaledijde tsetse vlieg die zich nergens door laat afschrikken, niet door zweetvoeten, niet door citronella. Hun beet is vervelend en kan soms pijnlijk zijn.

En toen vloog ik weer terug, naar een heel andere wereld, naar Lusaka, om iets van mij te laten horen en om van hieruit de bus te nemen naar de Victoria Falls, die ook zeer de moeite waard moeten zijn.

Ik wens jullie nog veel plezier met jullie bezigheden, vakantie of werk, of anderszins. Ik hoop jullie in blakende welstand weer aan te treffen.

Groeten, aan iedereen,

Jerry



From: Jerry van Beers
Date: 17-07-02

Onderwerp: Mosi-oa-Tunya


Hallo allemaal,

Wat ik het liefste doe is op een steen in een rivier zitten. En daar zat ik dan, op een rots in de machtige Zambezi, aan de voet van de stroomversnellingen. De stroomversnellingen van Mosi-oa-Tunya. The Smoke That Thunders, bij ons beter bekend als de Victoria Watervallen. 1,7km breed en 100m hoog, 540 miljoen liter water per minuut komt er over de rand gedenderd, en dan staat de rivier nu nog laag. De wandelingen die je er langs kan doen, maken je drijfnat, het water dat in de 30 meter brede ravijn valt wordt met een enorme kracht omhoog gestuwd, zodat er een constante plensbui omheen hangt, met als gevolg dat er ook een flink aantal regenbogen te zien zijn, soms zelfs 3 naast elkaar.

Een luxury-coach bracht mij vanuit Lusaka naar Livingstone, wat zo'n 10 km van de falls ligt. Achter op de bus was een grote poster aangebracht met daarop de tekst "Nobody can escape death." Ik wist niet zo goed wat ik van moest denken. Je kan de watervallen te voet, vanuit de lucht en te paard benaderen. Lopend kom je het dichtst bij, en zie en hoor je hoe enorm ze zijn. Elke keer dat ik er was zag het er anders uit, afhankelijk van de wind en de zon. Op een dag heb ik 9 regenbogen geteld.

Vanuit de lucht kom je het dichtstbij met een Microlight, een vleugel met een motor eronder. De piloot stelde me gerust, de eerste 20 seconden was ik nog nerveus, maar dan zie je de falls in al zijn pracht, helemaal, met de Zambezi die vlak voor het eiland talloze eilandjes herbergt, die op hun beurt weer olifanten, krokodillen, nijlpaarden herbergen. Een enorme regenboog omspande de hele falls. Ik zou niet weten hoe uit te drukken hoe mooi het is, hoe indrukwekkend groots.

Voor de paardrijdtocht kocht ik nog een extra filmpje, bij God Is Great Photo's, naast Mixed Blessings Hair Saloon. Te paard zie je de Zimbabwaanse zijde. Voor 1 dag was ik in Zimbabwe omdat ik graag een paardentocht wilde maken, en dat was gisteren, de dag voor vertrek, vandaag 17 juli. Na aanvankelijk problemen (de persoon die mij op zou komen halen was met auto en al in een ravijn gestort) zat ik dan voor het eerst van mijn leven op een paard, en begaf ik mij onder leiding van een sympathieke gids, Fiso, door het Victoria Falls National Park. Enkele uren bracht ik door in de bush, nu de puku's, kudu's, zebra's van dichtbij bekijkend. Op een paard kan je heel dicht bij komen, de dieren denken namelijk dat je een paard bent, en niet een mens. Zo stonden we bijvoorbeeld een minuut of 5 tussen zebra's, op 2 meter afstand van kudu's, en aan de oever van de Zambezi. Zo zag ik dus een jakhals die een tukkie deed, een warthog die zijn vrouwtje aflebberde, stoeiende impala's, zogende bavianen, en dat alles van zeer geringe afstand.

Nadat ik genoeg zelfvertrouwen opgebouwd had, gingen we sneller, in draf heet dat geloof ik , richting de falls, als afsluiter. Hoog gezeten te paard deed ik er maar het zwijgen toe bij de aanblik ervan. Mij was een enorme spierpijn voorspeld, die ik er graag voor over had. Maar niets ervan, geen spierpijn, geen rugpijn, helemaal niets. Ik was daar blij om, want ik moest nog 6 uur in een bus en 12 uur in vliegtuigen.

Het is afgelopen, vanavond om 23.20 gaat mijn vliegtuig naar London/Amsterdam. Ik verheug me enorm op het weerzien met Joline, maar ik zal met gezonde tegenzin weer naar mijn werk gaan, hoewel dat natuurlijk niets met de mensen aldaar te maken heeft. Hier is het gewoon leuker.

Groeten,

Jerry