De grootste dichter van Italië, Dante Alighieri, werd in Florence geboren. Na zijn Vita nuova (ca. 1292) wijdde hij zich aan de politiek. Hij richtte zich vooral tegen paus Bonifacius VIII. In 1302 werd Dante, terwijl hij in Rome was, in Florence veroodeeld tot verbanning en de doodstraf op de brandstapel als hij zich ooit in de stad zou vertonen. Dante leidde tijdens zijn ballingschap een zwervend bestaan en heeft Florence nooit teruggezien.
Link:
Digital Dante
1318 In lombardije wordt De monarchie (ca. 1313), waarin Dante zijn politieke standpunt uiteenzet, in het openbaar verbrand.
1497 De Italiaanse boeteprediker Savonarola werpt in Florence Dantes werken op zijn 'brandstapel van de wereldlijke ijdelheid'.
1559 De monarchie wordt door paus Paulus IV verboden.
1564 Het Concilie van Trente plaatst De monarchie op de Index omdat er in gezegd wordt dat koningen hun ambt direct van God ontvangen en niet van Gods plaatsbekleder op aarde, de paus.
Neem de Trotsen op de Louteringsberg [in La divina commedia] die voor hun zonde moeten boeten met het sjouwen van zware rotsblokken. Dat vindt hij [Dantel overigens zelf zijn eigen plaats, want het getuigt van trots om pausen de hel in te duwen en keizers de hemel in, zoals hij in zijn werk doet. Toch komt hij niet verwaand over als je hem leest. Het is ook een politiek werk, waarin hij herhaaldelijk fel stelling neemt tegen de wereldlijke macht van de pausen.
Frans van Dooren geïnterviewd door Cees Zoon, De Volkskrant 1987
1581 In Portugal verbiedt de Kerk La divina commedie, het verslag van een tocht door het hiernamaals, en verlangt dat alle exemplaren aan de inquisitie ter correctie worden voorgelegd.
1934 Het ASKB raadt katholieke lezers vertalingen door niet-katholieke vertalers af.
Wie ernstig en onderlegd genoeg is om de lezing van Dante's gedachtenzware meesterwerk aan te pakken en vol te houden, zal niet zo licht geërgerd zijn door de passages waar de auteur geen blad voor de mond neemt; hij leze echter niet de bewerking van H.J. Boeken of A. Verwey met haar storend-vrijzinnige inleiding, maar een van de goede vertalingen in integraal-katholieke geest bewerkt.
Lectuur Repertorium, I934
Ik ben katholiek opgevoed, ben het nog, zij het op mijn eigen manier. Op school vroeger kreeg je tien godsbewijzen voorgelegd, daar was ik erg sceptisch over. Na het lezen van Dante wist ik dat God bestond. Ik heb er een soort Godservaring mee beleefd. Dat schrijf ik toe aan het feit dat de poëzie kan komen waar het verstand niet kan komen. [... ]
Als vertaler zou ik ongetwijfeld terecht komen in de onderste gracht van de achtste kring [van Dantes Hel], die van de vervalsers. Want wij vertalers zijn per slot vervalsers van het woord.
Frans van Dooren geïnterviewd door Cees Zoon, De Volkskrant I987
Toen de markies, een man met veel begrip, ze gezien had en er een hoge waardering voor had opgevat, toonde hij ze Dante en vroeg hem, of hij wist, van wie dat werk was. Dante herkende ze en antwoordde onmiddellijk, dat het van hem was. Toen vroeg de markies hem, of hij zo'n mooi begin onvoltooid wilde laten. 'Zeker,' zei Dante, 'ik geloofde dat ik bij de vernieling van mijn bezittingen ook dit, met vele andere van inijn boeken had verloren, en daarom, zowel omdat ik dit geloofde als om de vele moeilijkheden die mijn ballingschap opleverden, had ik alle lust in dat werk verloren. Maar nu ze me onvoorzien weer in handen zijn gekomen, en omdat het u behaagt, zal ik in niijil herinnering de voorstelling terugroepen die ik daarover vroeger gehad heb en, als God het
wil, zo doorgaan.'
Giovani Boccaccio, Dante's leven, 1360
En terwijl ik erbij stond als een priester die de biecht hoort van een sluipmoordenaar, die hem met zijn hoofd al in het gat bij zich roept en zo de dood nog even uitstelt, schreeuwde hij: 'Zijt gij daar al, Bonifatius, zijt gij daar al? Dan heeft het boek der toekomst een paar jaar gelogen toen ik erin las. Hebt ge zo gauw al genoeg gekregen van die rijkdom, waarvoor ge u zonder enige terughoudendheid de schone bruid durfde toeëigenen die ge daarna als een hoer hebt misbruikt?'
Dante Alighieri, De Goddelijke komedie ca. 1307 - I321