Home| Zoeken| Guestbook| Links| FAQ
Dit Boek
› Auteur › Geschiedenis › Commentaar › Fragment
Deze site
› Inleiding › Index › Namen › Begrippen

I. François Rabelais - Gargantua en Pantagruel

De Franse schrijver Francois Rabelais verbleef tot ongeveer I525 in een francis- caner klooster, waar zijn medekloosterlingen hem de studie onmogelijk maakten en zijn Griekse boeken in beslag namen. Hij trad toe tot de benedictijner orde, maar verliet ook die in I527. Na zijn studie aan de medische faculteit in Montpellier vertrok Rabelais in 1540 naar Turijn omdat de maatregelen tegen hervormden en humanisten waren verscherpt. In Turijn werkte hij als arts van de onderkoning van Piemonte.

^ top

II. Geschiedenis

1533 De Sorbonne veroordeelt het eerste boek van Pantagruel, Les horribles et espoventables faictz & prouesses du tresrenomme Pantagruel, als obsceen. De eigenlijke reden was echter de humanistische inslag en de ketterse tendensen van het boek.
1535 Een pauselijke bul ontheft Rabelais van de kerkelijke censuur.
1546 Tiers livre des faictz et dictz heroiques du noble Pantagruel, het derde boek, verschijnt met koninklijk privilege. Hoewel Rabelais fel partij kiest voor koning Frans I in zijn strijd tegen keizer Karel V. wordt het boek in Frankrijk onmiddellijk na verschijnen verboden.
1552 Het vierde boek, Le quart livres des faictz et dictz heroiques du bon Pantagruel, wordt verboden. In het boek doet Rabelais een felle aanval op de wereldlijke macht van de paus.
1554 Door toedoen van monseigneur Odet, kardinaal van Chastillon, aan wie Rabelais zijn vierde boek opdroeg, maakt Hendrik II het verbod op het werk van Rabelais ongedaan.
1562 Een deel van het vijfde boek verschijnt postuum onder de titel L' isle Sonante. Het is een allegorische satire over censuur. De authenticiteit van dit werk staat echter niet vast.
1564 De werken van Rabelais worden op de Index geplaatst.
1930 In de Verenigde Staten wordt het importverbod op editles van Gargantuo en Pantagruel opgeheven, met uitzondering van die edities die zijn geillustreerd met 'obscene' tekeningen.
1938 In Zuid-Afrika wordt al het werk van Rabelais verboden. Het ASKB in Antwerpen verbiedt Gargantua en Pantagruel.

Hij mist het meest elementaire schaamte- gevoel; zijn taal slaat dikwijis over tot het obscene; hij bekladt en besmeurt dan alles wat heilig en eerbiedwaardig is, en begraaft het onder zijn schampere spot. Zijn werk is uit elk oogpunt verderfelijk.
Lectuur-Repertorium 1938

^ top

III. Commentaar

[...] De Kerk spreekt zich telkens tegen de boeken uit [...], maar ze worden even zo vrolijk overal gelezen [...] en Rabelais bleef in hartelijke relatie staan tot kardinalen en paus, terwijl hij tot het eind van zijn leven kerkelijke functies bleef vervullen.
H. van den Bergh, Het Parool 1981

Rabelais is een geniale verteller en spotter, maar hij noemt de dingen bij hun namen op zo onverbloemde en voor onze tijd ongebruikelijke wijze, dat veler oren zich gekwetst voelen door zo uitbundige openhartigheid. Hij spreekt over onkiese dingen en lichaamsdelen, wier naam men pleegt te verzwijgen, zonder zich een ogenblik te generen, over alle levensfuncties alsof het eten en drinken betrof.
A.M. de Jong, Het Volk 1931

Zij doen o zo vroom, maar lepelen de room

Gij kunt het in grote, verluchte letters van hun rode bakkesen en plofbuiken aflezen, tenzij ze zich met zwavel parfumeren. Wat hun studieuren betreft, die gaan schoon op aan de lectuur van de Pantagruelieken, niet zozeer om de tijd aangenaam door te komen, als wel om iemand boosaardig schade te doen met ze te befriemelen, te besnobbelen, te verdraaien, te bezwadderen en te bevunzen, in een woord, met ze te belasteren. Dit doende, gelijken zij op de slungels in de dorpen, die in de kersen- en kriekentijd in de poep van de kleine kindertjes graaien en pulken, om er de pitten uit te halen en deze te verkopen aan de drogisten, die er Magueletolie van stoken. Ontloopt, verfoeit en haat hen even hard als ik, en gij zult u er, op mijn woord, best bij bevinden; en indien gij goede Pantagruelisten begeert te wezen (dat wil zeggen, begeert te leven in vrede, vreugde en gezondheid, het er goed van nemend), hebt dan nooit vertrouwen in lieden die door de kier van een kap kijken.
Francois Rabelais, nawoord bij Het tweede boek van Gargantua en Pantagruel ca. 1532-1562

^ top

IV. Fragment

Insgelijks bewerkt de monnik - die van de vadsige soort, bedoel ik - het land niet, als de boer; bewaakt hij het land niet, als de krijgsman; geneest hij de zieken niet, als de dokter; bepreekt of leraart hij de mensen niet, als de goede evangelist en pedagoog; vervoert hij de goederen niet die het gemenebest behoeft, als de koopman. Daar heb je de oorzaak, waarom ze door allen uitgejouwd en verfoeid worden.'
Francois Rabelais, Gargantua en Pantagruel ca. 1532 -1562