Miguel de Cervantes Saaverdra werd in Spanje geboren. In 1573 nam hij deel aan een expeditie tegen Tunis onder aanvoering van Don Juan van Oostenrijk. Toen de groep weer op de terugweg was naar Spanje, werd Cervantes met zijn kameraden door de Turken gevangen genomen en naar Algiers gebracht. Tot hij in 1580 werd vrijgekocht leefde hij als slaaf. Na zijn terugkeer in Spanje wijdde hij zich aan het schrijven van toneelstukken en romans, waarvan Don Quixote de bekendste werd.
Link:
The Cervantes Project
1624 In Portugal wordt een aantal passages uit El ingenioso hidalgo Don Quijote de la Mancha door de Spaanse overheersers in de ban gedaan.
1640 In Spanje wordt de roman door de inquisitie verboden vanwege één zin: "Werken van liefdadigheid die achteloos worden gedaan, hebben geen waarde."
Ook in religiosis kunnen we Cervantes niet meer zien zoals Heine hem zag, die de auteur van Quijote een gehoorzaam zoon der kerk noemde, die nimmer bewust tegen de leer inging ... Ook in dit opzicht is Cervantes een typisch vertegenwoordiger van de tijd der Contra-Reformatie, een 'habil hipocrita', wiens meningen men wanneer er sprake is van de officiële godsdienst en moraal slechts met het nodige voorbehoud kan aanvaarden ... Welnu, het christendom van Cervantes, die veel meer waarde hechtte aan liefde tot de naaste dan aan uiterlijke ceremoniën, doet meer denken aan Erasmus dan aan het Concilie van Trente. Maar erasmiaanse denkbeelden konden in Spanje zeker niet in de volkstaal vrijelijk worden verkondigd, want de godsdienst was staatszaak. Vandaar dat de auteur van Quijote zijn toevlucht moet nemen tot 'hipocresia', die hierin bestaat dat hij in zijn kritiek handig bedekt wat schadelijk zou kunnen zijn voor de gevestigde instellingen.
C.F.A. van Dam, J.W.F. Werumeus Buning, inleiding vertaling Don Quichot, 1941
Don Quichotte heeft met Jezus behalve zijn populariteit ook zijn uiterlijk gemeen. Door velen is de overeenkomst tussen Jezus en Don Quichotte verder doorgetrokken dan het uiterlijk en het gedeelde martelaarschap. Don Quichotte is gezien als een symbool van het christendom, als een Ignatius van Loyola die de verworden normen nieuwe waarden wilde inblazen, als een Philips II die het antichristelijke gevaar bestrijdt. Dat hij als zodanig door Cervantes op z'n best bespottelijk werd gemaakt, wordt vergeten. Don Quichotte is een persiflage op Contrareformatie of fanatisme, Dulcinea staat voor religieuze waan.
Barber van der Pol, NRC Handelsblad, 1979
"Mijnheer Don Quichot, waar gaat u naar toe? Wat duivels rijden u, dat ze u inblazen ons katholiek geloof te lijf te gaan? Zo waar ik een zondaar ben, dat is toch een boetprocessie, en de dame die op het voetstuk meegevoerd wordt is het gebenedijde beeld van de onbevlekte Maagd; mijnheer, let u toch op wat u doet, want ditmaal kan men toch zeggen dat u niet doet wat u kunt."
Maar Sancho sloofde zich tevergeefs uit; want zijn heer had het zo vast in het hoofd om de zaak met de gehemde mannen uit te vechten en de dame in de rouw te bevrijden, dat hij geen woord meer hoorde; en had hij het gehoord, dan zou hij nog niet zijn teruggekeerd, al had de koning in eigen persoon het hem bevolen. Hij kwam ten slotte bij de processie aan, hield Rossinant in, die al lust had om het wat kalmer aan te doen, en met ontroerde en hese stem sprak hij: "Staat, gij allen die wellicht omdat gij niet veel goeds in uw schild voert, het gelaat bedekt; staat stil en luistert naar hetgeen ik u zeggen zal."
De eersten die stilstonden waren de mannen die het beeld droegen; en een van de vier geestelijken die de litaniën zongen, antwoorde toen hij de vreemde tronie van Don Quichotte zag, de scharminkeligheid van Rossinant en andere bespottelijkheden die hem bij Don Quichot in het oog vielen en troffen, zeggende: "Heer broeders, zo gij ons iets te zeggen hebt, zeg het dan snel, want deze broeders gaan hun weg onder kastijding des vlezes; en wij kunnen en mogen hier niet stilstaan om wat ook aan te horen, tenzij het zo kort is dat het in twee woorden gezegd kan worden."
"In een woord zal ik het u zeggen," hernam Don Quichot, "en het is dit: dat gij onverwijld de vrijheid zult hergeven aan deze schone vrouw, wier tranen en droef gelaat de klare bewijzen zijn dat gij haar een schandelijk onrecht hebt aangedaan; maar ik die ter wereld gezonden ben om dergelijke beledigingen te wreken, ik zal niet toestaan dat gij ook maar een stap verder gaat, eer gij haar de zo begeerde vrijheid schenkt waarop zij recht heeft."