Home| Zoeken| Guestbook| Links| FAQ
Dit Boek
› Auteur › Geschiedenis › Commentaar › Fragment
Deze site
› Inleiding › Index › Namen › Begrippen

I. W. F.Hermans - Tranen der acacia's

Willem Frederik Hermans was van 1953 tot 1973 lector in de fysische geografie in Groningen. Over deze periode schreef hij de roman Onder Professoren (1975). In 1973 verliet Hermans Nederland en vestigde hij zich in Parijs. Door zijn felle polemieken, zoals in Mandarijnen op zwavelzuur, maakte hij vele vijanden in Nederland. In 1973 weigerde hij de P.C. Hooft prijs omdat het bedrag dat hij ervoor zou ontvangen tienduizend gulden lager bleek dan de minister hem had toegezegd.

Link:
Schrijversnet

^ top

II. Geschiedenis

1947 De IDIL verbiedt de roman Conserve (1947).
1949 De roman De tranen der acacia's wordt geweigerd door De Bezige Bij en verschijnt bij G.A. Van Oorschot. Het boekt roept, met name bij de katholieken, veel verzet op vanwege het 'onfatsoenlijke' karakter. De IDIL verbiedt de roman omdat hij onverenigbaar is met de christelijke levensopvatting.
1950 Er ontstaat een polemiek rond de IDIL naar aanleiding van opmerkingen van Hermans dat het een 'rooms-katholiek cultureel terreurinstituut' zou zijn. Gerard C.J.M. Verbiest, onder wiens leiding de IDIL staat, verdedigt zich in een brief aan Hermans.
1955 In Podium verschijnt het eerste hoofdstuk van de roman Ik heb altijd gelijk. De Amsterdamse politie neemt het nummer in beslag omdat er voor het katholieke bevokingsdeel beledigende passsages in zouden staan. Als het boek in 1952 verschijnt, wordt tegen uitgever en auteur een proces aangespannen, maar er volgt vrijspraak.

^ top

III. Commentaar

Er is welhaast geen onfatsoenlijk woord in de Nederlandse taal denkbaar of gij vindt het met evenveel letters afgedrukt in De tranen der acacia's. [...] Er is geen vorm van seksuele ontaarding, die hij niet uit behoefte om burgergevoelens te kwetsen, nauwkeurig beschrijft [...] Moord en brand zijn kleinigheden in dit boek, waar 'kotsen' en 'kakken' tot psychisch geladen levensuitingen worden verheven en men elkaar bezoeken brengt met het prettige oogmerk, elkaar te gaan treiteren.
Anton van Duinkerken, De Tijd, 1949

De IDIL brengt advies uit, of een boek geschikt of ongeschikt, al of niet aanbevolen moet worden geacht [....] De Idil pretendeert geen onfeilbaarheid, wel betrouwbaarheid; zal een gerechtvaardigde rectificatie nooit schromen; heeft eerbied voor de mening van anderen; meent op dezelfde eerbied aanspraak te mogen maken en [...] geen voorafgaand verlof nodig te hebben, ook niet van W.F. Hermans, 'om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren'.
G.C.J.M. Verbiest aan W.F. Hermans, 1950

Uit zijn brief zou men opmaken, dat nooit een boek door Idil verboden wordt. [...] Wat heeft IDIL überhaupt te verbieden? Nederland is een democratische staat, waar slechts de regering, onder goedkeuring van de volksvertegenwoordiging, het recht tot verbieden heeft, niemand anders. Wat betekent het dus, wanneer een organisatie van particulieren een zo groot woord als 'verboden' in de mond neemt? Dat betekent dat wij te doen hebben met een terreurorganisatie en anders betekent het niets.
W.F. Hermans, Podium, 1950

^ top

IV. Fragment

Hij bukte zich, sloeg het dek van het bed op en ging liggen, alsof hij in zijn eigen bed stapte en Andrea er niet was. Zij moest er toch zijn, al begreep hij niet dat hij niet tegen haar aanstootte, toen hij ging liggen. Maar opeens kroop haar hand over zijn borst. Hij strekte zijn linker arm uit en Andrea lichtte vanzelf haar hoofd op. Zij wentelden zich tegelijkertijd naar elkaar toe. Zij wisten niet waar zij elkaar het innigst konden omklemmen. Hij streelde haar lichaam, zijn vingers zich verwarrend in de zachte zijde van haar nachthemd. Andrea kuste hem met de weke binnenkant van haar lippen die zo warm waren als zijn eigen mond en zo zacht dat hij ze nauwelijks voelde, dat hij niet kon uitmaken waar zij begon en hijzelf eindigde. Zijn hand gleed bijna angstig over haar huid, of Andrea tot hun straf plotseling in een afzichtelijk cadaver kon veranderen, of zijn vingers konden blijven haken in een open gezwel. Maar onmiddeliijk daarop sloegen zijn gedachten weer om. Zij trok de knopen van zijn ondergoed los, hij voelde haar hele lichaam techen zich aan, warm als zijn eigen bloed.