Home| Zoeken| Guestbook| Links| FAQ
Dit Boek
› Auteur › Geschiedenis › Commentaar › Fragment
Deze site
› Inleiding › Index › Namen › Begrippen

I. Alfred Döblin - Berlin Alexanderplatz

Met zijn grote-stadroman Berlin Alexanderplatz, het epos van dieven en prostituées, van moordenaars en souteneurs, verwierf de Duitse schrijver Alfred Döblin wereldroem. Na Hitlers machtsovername zou het gedurende veertien jaar noch in Duitsland, noch daarbuiten herdrukt worden. Döblin was jood, expressionist, socialist, arts in een Berlijnse arbeiderbuurt, kortom een 'ongewenst' schrijver van 'ontaarde', 'on-Duitse' boeken.

^ top

II. Geschiedenis

1930 Van roomse zijde wordt gewaarschuwd voor het 'fel-omstreden boek' Berlin Alexanderplatz

Om zijn troosteloze levensbeschouwing, nog meer om zijn zeer rauwe zinnelijkheid is het lectuur voor slechts heel weiningen: alleen zij, die er belang bij hebben een dergelijk nieuw verschijnsel op literatuurgebied te leren kennen, zouden het in handen kunnen nemen.
P. de Bruin S.J., Boekenschouw 1930

1933 Alle boeken van Alfred Döblin, met uitzondering van Wallenstein, worden door de nazi's in Duitsland verboden enop 10 mei in het openbaar verbrand. Döblin wist al op 2 april dat zijn boeken verbrand zouden worden.
1933 Döblin vlucht uit Berlijn met slechts eenkleine handkoffer, waarin zich het onvoltooide mansucript van Babylonische Wanderung bevindt, via Zührich naar Parijs. Bij Querido Verlag in Amsterdam zullen tot en met 1939 zeven boeken van Döblin in exil verschijnen, waaronder in 1934 Babylonische Wanderung.
1934 Het ASKB rekent de Nederlandse vertaling van Berlin Alexanderplatz, Franz Biberkopf's zondeval tot de 'Verboden Lectuur'.
1938 In Parijs verschijnt Döblins geschiedenis van de Duitse emigrantenliteratuur: Die deutsche Literatur (im Ausland seit 1933). In hetzelfde jaar verschijnt in Zürich en Praag een herdruk van Pardon wird nicht gegeben.
1944 Nocturno verschijnt in Los Angeles bij de Pazifische Presse.
1948-1950 Als Duitsland door de geallieerden bezet is, mogen in de Franse bezettingszone Döblins boeken Verratenes Volk (1948), Heimkehr der Fronttrupen (1949), en Karl und Rosa (1950) over de Duitse revolutie van 1918 pas verschijnen nadat ze door de Franse censuur bekort zijn.

^ top

III. Commentaar

Op 10 mei is er, geloof ik, auto-da-fe, en de jood die mijn naam draagt is er ook bij, gelukkig alleen in papiervorm. Zo eert men mij. Maar de zaak heeft twee kanten, namelijk: hoe zal het straks gaan, over 1 jaar, over 2 jaar, wanneer zal de 'gelijkschakeling' van de uitgeverijen volgen? Arts kan ik niet meer zijn in het buitenland, en waarvoor, voor wie, zou ik nog schrijven?
Alfred Döblin in een brief aan Ferdinand Lion, 1933

De Taak van de onafhankelijke schrijver
Wij kennen Duitsland: niet een geest heeft ons verdreven, maar de oeroude erfvijand van de onafhankelijke schrijver: de staat - en in dit geval een bijzondere, autoritaire staat: de Duitse. Wat er gebeurd is, is een fase in deze strijd, die thans in de wereld wordt voorbereid. Meer dan ooit moeten wij paraat zijn! De kanonnen zullen bulderen en zich als de ware stemmen van de wereld gedragen. We weten het: ze kunnen brullen en vernietigen. Maar lawaai bewijst niets en de dood is geen feit. Gedachten, die op duivenvleugels worden meegevoerd, bewegen en bewaren de wereld.
Alfred Döblin, Der öffentliche Dienst 1937

^ top

IV. Fragment

Franz verkoopt fascistische kranten. Hij heeft niks tegen Joden, maar is voor orde. Orde moet er wezen, daar zal elk het toch wel over eens zijn en van de Bond van Frontsoldate had hij verleden zondag nog een optocht gezien, dat waren verdomd flinke kerels. Hij stond meestal bij de uitgang van de ondergrondse aan de Potsdammer Platz en ook wel eens bij de Passage aan de Friedrichstrasse en bij het station Alexanderplatz en was het volkomen eens met die invalide uit het cafe 'Die neue Welt', die vent met één oog, die iedere keer met die ouwe zweterige juffrouw had gedanst.
  Aan het Duitse volk bij gelegenheid van de eerste Adventsdag: Roei uwe waanideeën uit en straf degenen die u bewust bedriegen, dan zullen wederom tijden aanbreken, waarin op het slagveld de Waarheid verschijnen zal met het zwaard en een zuiver blank schild en Duitslands vijanden vernietigd worden. [...]
  In het cafe in de Elzasserstrasse lachen ze zich halfdood als Frans 's middags binnenkomt. Zijn lint heeft hij niet om; dat stopt hij zolang in zijn zak, de anderen hoeven niet te weten dat hij fascistische kranten verkoopt, maar weten het en halen het lint uit zijn jaszak. Hij is boos en probeert ze af te snauwen. Wat gaat het anderen aan, wat hij doet. Hij moet toch zeker zelf zijn centen verdienen, niemand geeft hem toch wat en hij was toch zkerer niemand rekenschap schuldig.