Home| Zoeken| Guestbook| Links| FAQ
Dit Boek
› Auteur › Geschiedenis › Commentaar › Fragment
Deze site
› Inleiding › Index › Namen › Begrippen

I. Vladimir Nabokov - Lolita

De Russische schrijver Vladimir Nabokov werd in 1940 Amerikaans staatsburger. Sindsdien schreef hij alleen nog in het engels en vertaalde of bewerkte hij zijn voor 1940 in het Russisch geschreven romans in de Engelse taal. Al zijn boeken verschenen in eerste druk bij Amerikaanse uitgeverijen, behalve Lolita dat in 1955 in Parijs uitkwam. In 1960 verliet Nabokov de verenigde staten om zich te vestigen in Europa te Montreux, waar hij op 2 juli 1977 stierf.

Link:
Zembla

^ top

II. Geschiedenis

1955 Lolita verschijnt in Parijs bij The Olympia Press van Maurice Girodias, nadat vier Amerikaanse uitgevers het boek hebben geweigerd.
1956 De Franse regering neemt een dertigtal titels van The Olympia Press in beslag wegens obsceniteiten, waaronder Lolita.
1957 De Amerikaanse douane staat de import van Lolita niet toe.
1958 Lolita verschijnt voor het eerst in de Verenigde Staten en in Nederland. In Frankrijk verschijnt een nieuwe uitgave. De rechter stelt de Franse regering in het gelijk: Lolita wordt opnieuw in beslag genomen.
1959 De Franse regering herroept haar verbod. De derde druk van Lolita veschijnt bij The Olympia Press. In Antwerpen beoordeelt het ASKB Lolita als 'Verboden Lectuur'.
1967 In New York verschijnt de door Nabokov zelf vertaalde Russische versie van Lolita. Tot aan 1989, de opkomst van Gorbatsjow, zou Lolita in de Sovjet-Unie verboden blijven.

^ top

III. Commentaar

Doch in hoofdzaak behandelt de auteur, in de ik-vorm, het geval van een psychopaat, die door zijn hartstocht voor nimfijnen herhaaldelijk in een gesticht voor neurasteniekers belandt [...] Het ontbreekt geenszins aan bijzonderheden wat de seksuele praktijken van de hoofdpersoon betreft, zodat we dit met opvallend talent geschreven boek, als pornografie moeten klasseren bij de verboden lectuur.
J.van der Sande, Boekengids, 1959

Het monumentaal einde van het boek is onvergetelijk en in weerwil van mijn haat voor de menselijke ontaarding en amorele laagheid, die mij voortdurend in zedelijke alarmtoestand heeft gebracht, zijn mij de tranen in de ogen gekomen. Hoe is het mogelijk, vraag ik mij nog af, dat op een zo stinkende mest een zo verheven, een reine bloei is opgestaan!
H. Teirlinck, Nieuw Vlaams Tijdschrift, 1961

^ top

IV. Fragment

Ik keek naar haar. Goddank, het kind lachte.
   'Gekkerd,' zei ze, terwijl ze lief tegen me lachte. 'Slechterik. Ikwas een onschuldig lammetje en kijk nou 's wat je van me gemaakt hebt. Ik moest er eigenlijk de politie bij halen en zeggen dat je me verkracht hebt. O, jij smerige, smerige ouwe kerel.'
   Maakte ze alleen maar een grapje?
Een onheilspellende hysterische toon klonk door haar dwaze woorden heen.