Home| Zoeken| Guestbook| Links| FAQ
Dit Boek
› Auteur › Geschiedenis › Commentaar › Fragment
Deze site
› Inleiding › Index › Namen › Begrippen

I. Klaus Mann - Mefisto

Na Hitlers machtsovername verlieten Klaus en Erika Mann, zoon en dochter van Thomas Mann, Duitsland om in ballingschap hun literaire activiteiten voort te zetten. Klaus Mann Schreef zijn sleutelroman Mefisto over zijn virend Gustav Gründgens en diens toneeelcarrière tijdens het nazi-regime. Toen Klaus Mann na de oorlog in Berlijn terugkeere, bleek Gründgens nog steeds een beroemde acteur, en hijzelf een vergeten schrijver. In 1949 benam Klaus Mann zich het leven.

^ top

II. Geschiedenis

1933 Het werk van Klaus Mann komt op 16 mei voor het eerst voor op de zwartelijst van de Nazi's.
1933 Klaus Mann richt het emigrantentijdschrift Die Sammlung op, dat van 1933 tot 1935 bij Querido Verlag te Amsterdam verschijnt. Bij dezelfde uitgever zal Klaus Mann tussen 1934 en 1939 vijf romans laten verschijnen.
1936 Klaus Mann publiceert Mefisto bij Querido te Amsterdam, over een toneelspeler die ter wille van zijn beroep in nazi-Duitsland toneel blijft spelen en blijft stijgen op de maatschappelijke ladder. Hendrik HÖfgen, de hoofdpersoon, draagt overduidelijk de trekken van Klaus Manns vroegere vriend en ex-zwager Gustav Gründgens.
1942 The Turnig Point, Klaus Manns in het Engels geschreven autobiografie, verschijnt in New York bij L.B. Fischer.
1966 Mefisto wordt voor het eerst in de Bondsrepubliek Duitsland gepubliceerd (in de DDR was in 1956 al een editie verschenen). De erven Gründgens spannen een proces aan, en in 1966 wordt de verdere verspreiding in de BRD verboden.
1971 In hoger beroep wordt Mefisto door het Hooggerechtshof in Karlsruhe 'voor alle tijden verboden'.

^ top

III. Commentaar

Tussen een tango en een wals door vertelden we elkaar de laatste vreselijke berichten uit Berlijn. We dansten in het Regina-Palast-Hotel, terwijl in de hoofdstad het Rijksdaggebouw in vuur en vlam stond. We dansten in hotel Vier Jahreszeiten terwijl de brandstichters onschuldigen aanklaagden wegens de misdaad die zij zelf hadden begaan. Dat was op 28 februari - Vastenavond - en de dag daarop was Aswoensdag. Toen de anarchist Erich Mühsam, de pacifist Carl von Ossietzky en de communist Ernst Thählmann door de Gestapo werden gearresteerd, veegde men in MÜunchen de ballonnen en de confetti van de straten. We hadden een kater. Carnaval was voorbij
Klaus Mann, Mefisto 1952
Waarachtig, ze bestaan nog: verboden boeken [...] Tot voor kort vlogen de roofdrukken onder de toonbank uit. Totdat een jaar geleden de uitgeverij Fischer, manmoedig de belachelijke rechterlijke uitspraak negerend, in het geheim bij een buitenlandse drukkerij een editie heeft laten vervaardigen, die bij nacht en nevel over de grens werd gebracht en waarvan inmiddels reeds bijna vierhonderduizend exemplaren zijn verkocht. Nee, wijlen Gründgens, noch de beschermers van zijn eer en goede naam, hebben veel reden macht dankbaar te zijn
M. van Amerongen, Vrij Nederland 1982

^ top

IV. Fragment

De volgende morgen wist de hele stad het: de minster-president had de acteur Höfgens in zijn loge ontvangen en vijfentwintig minuten met hem gepraat. De voorstelling was na de pauze met aanzienlijke vertraging begonnen; het publiek moest wachten, en het wachtte overigens met genoegen. De scène die in de ministeriële loge te zien was, was veel spannender dan de Faust.
   Hendrik Höfgen, die in de Stormvogel als 'kameraad' opgetreden was, die al bijna opgegeven was en tot het uitschot van de natie, namelijk tot de emigranten, gerekend werd, zat daar nu voor ieders aanblik, zij aan zij met de geweldige dikkerd, die in een opperbest humeur scheen te zijn. [...] Diezelfde nacht nog werd in de cafes, de salons en op de redacties van de kranten het sensationele gebeuren hartstochtelijk besproken en becommentarieerd. De naam Höfgen, die de laatste maanden nooit zonder scepsis - met een sadistische grijns of met een spijtig schouderophalen - was genoemd, werd nu met een nieuwe eerbied uitgesproken. Deze naam had een glimp gekregen van de verbazend grote glans die de macht omgeeft
   Want de kolossale officier-vlieger, die pas generaal geworden was, bheoorde tot de allerhoogste top van de autoritaire en totale staat. Boven hem stond alleen nog de Führer - die men nauwelijks nog tot de stervelingen kon rekenen. Deze dictator wordt door zijn paladijnen omringd als de Heer der hemelen door zijn aartsengelen. Rechts naast hem stond de beweeglijke kleine paladijn, met zijn roofvogelfysionomie, de mismaakte profeet, de lofredenaar, de smiespelaar en propagandist, die de gespleten tong van een slang had en iedere minuut een leugen verzon. Aan de linkerkant van de gebieder stond echter de fameuze dikke paladijn: hij stond daar wijdbeens, een majestueuze verschijning, geleund op zijn beulszwaard, glinsterend van de ridderorders, lintjes en ketenen en ieder dag in een andere prachtige vermomming