Home| Zoeken| Guestbook| Links| FAQ
Dit Boek
› Auteur › Geschiedenis › Commentaar › Fragment
Deze site
› Inleiding › Index › Namen › Begrippen

I. C. Joh. Kieviet - De zoon van Dik Trom

C. Joh. Kieviet was de Nederlandse schrijver van een vijftigtal kinderboeken waarvan de boeken over de Hollandse kwajongen met het gouden hart Dik Trom de bekendste zouden worden. De serie telde zes delen: Uit het leven van Dik Trom (18910, De zoon van Dik Trom (1907), Toen Dik Trom een jongen was (1912), Dik Trom en zijn dorpsgenoten (1920), Het tweede boek van Dik Trom en zijn dorpsgenoten (1923), en De avonturen van Dik Trom (1931).

^ top

II. Geschiedenis

1941 Onder het kopje VERBODEN publiceert het Nieuwsblad voor den Boekhandel een lijst van titels van boeken en namen van schrijvers 'welke door de Befehlshaber der Sicherheitspolizei und des S.D. zijn verboden. Een van deze titels is De zoon van Dik Trom
1988 Tijdens de oorlog moet de scene met de bestorming van het sneeuwkasteel, waarin de jongens het Hollandse en Duitse leger spelen, gecensureerd zijn. Tot in de laatste, gemoderniseerde, uitgave wordt er in De zoon van Dik Trom niet meer 'Weg met de Duitschers!' geroepen.

^ top

III. Commentaar

Zelfs postuum heeft Kieviet nog kwalijke bejegeningen moeten ondergaan, d.w.z [...] zijn boeken, met name Dik Trom, dat door de bezetter tot verboden lectuur werd verklaard, omdat er ergens een passage in voorkomt, waarin de jongens tijdens het spel uitroepen: 'Weg met de moffen, leve het huis van Oranje!.'
Het Binnenhof, 1958
Ik meen in maart '41 kregen wij bezoek van de plaatselijke recherche met de (Duitse) opdracht tot invordering van alle eventuele exemplaren Dik Trom, c.q. een verder verkoop verbod en in voorraad hebben van genoemde titel! Volgens geruchten zou juist in die tijd de Hema een goedkope editie uitgebracht hebben, die volledig in beslag is genomen.
Daaf van Kessel, Vrij Nederland, 1975

^ top

IV. Fragment

´O, daar weet ik wel raad op. 't Kasteel is een Hollandsch slot, dus daar zetten we de nationale vlag op, dat spreekt vanzelf. Als jij nu je vlag onderste - boven aan den stok bindt, lijkt hij heel veel op de Duitsche vlag. Jullie stelt dan het Duitsche leger voor, dat een inval doet op Hollandsch grondgebied. Zeg jongens, dat kan leuk worden, zou ik menen.' [...]
  De Duitschers omringden het fort aan alle kanten, en wachtten op het sein om aan te vallen. [...]
  ´In naam van mijn meester, den Keizer van Duitschland, eisch ik dit kasteel op,´ was het antwoord van Karel. [...]
  ´Dit slot behoort aan Koningin Wilhelmina der Nederlanden, en zoolang ik leef, zal geen Duitscher het binnenkomen. Dat is mijn antwoord. Leve de Koningin!´
  ´Leve de Koningin!´ juichten Jan´s volgelingen.
  ´Leve de Keizer!´ riep Karel van Dril, en zijn krijgers herhaalden:
  ´Leve de Keizer!´ [...]
  ´Oorlog op leven of dood!´ schreeuwde Jan.

Hij kreeg haast tranen in de oogen van de pijn, die ze hem deden.

"Steek ze een poosje in je mond, en blaas dan hard. Dan worden ze wel weer warm," zei Jan Trom. Zeg jongens, wat hebben we ons goed gehouden, h? Als we oppassen, krijgen zij ons fort nooit. Kijk ze ´t eens druk hebben. Ze houden zeker weer krijgsraad."

"Laat ze maar!" zei Tines Wobbe. "We zullen ze ontvangen, zooals het behoort. Weg met de Duitschers!"

"Weg met de Duitschers!" riepen ze allen, en weer zwaaiden ze met hunne hoofddeksels.

"En leve de Koningin!" juichte Jan Trom.

"Ja, ja, leve de Koningin!" riepen allen.

Na een paar minuten werd de krijg hervat. De vijanden waren tot het besluit gekomen, eene nieuwe bestorming te wagen. In gesloten rijen liepen zij op het fort toe, en opnieuw probeerden zij tegen den schuinen kant op te klauteren. Maar weer werden zij lang niet malsch ontvangen.

Een hagelbui van sneeuwballen begroette hen, en de verdedigers wierpen schoppen vol losse sneeuw over hunne hoofden uit.

Maar Karel wilde niet opnieuw wijken.

"Sterven of overwinnen!" riep hij zijne volgelingen toe, en hij klauterde moedig omhoog, zich niet storende aan de projectielen der belegerden.

Zijne soldaten, aangevuurd door zijn geestdrift, volgden hem met mannenmoed. Ha, daar had Karel den gekanteelden muur bereikt, en reeds richtte hij zich op om victorie te roepen, toen Jan plotseling op hem toesprong, en hem pardoes achterover naar beneden wierp.

"Weg met de Duitschers!" schreeuwde hij.